donderdag 15 juli 2010

Aubergine


Monsieur P. is dood. Hij en zijn vrouw wonen een paar huizen verder in ons dorpje in Frankrijk. Vanaf het begin zagen wij hen samen in hun Peugeotje voorbij rijden of een wandeling maken door het dorp. Zij groette altijd vriendelijk en vroeg hoe het met ons ging. "Ça va? Il fait beau, n'est-ce pas?" Hij keek altijd wat angstig naar ons en het leek alsof hij niet wist wie wij waren. Zelfs na jaren leek hij ons niet te herkennen. Onze buurvrouw vertelde ons hoe dat kwam. Monsieur P. had Alzheimer.

Zijn vrouw heet Josette, maar hij kon die naam niet meer onthouden. Dus noemde hij haar Courgette. Dat lijkt er op. Wij vinden dat grappig, hoewel wij tegelijkertijd beseffen hoe triest dit eigenlijk is. Monsieur P. is niet meer degene met wie Courgette/Josette lang geleden is gehuwd. Volgens de buurvrouw is hij 200% veranderd, maar wel ten goede. Hij is beduidend vriendelijker geworden in de loop der jaren. Gek eigenlijk, dat zo'n ziekte een persoon kan veranderen. Ook lijkt hij geen last te hebben van warmte of kou. Of het nu vriest of 30 graden is, steevast draagt hij een wollen trui met lange mouwen. Misschien vraagt hij zich af wat die twee mensen in korte broeken en mouwloze shirts in godesnaam bezielt… En bovendien: wie zijn die mensen eigenlijk? Maar hij zwaait vriendelijk en wij zwaaien terug.

Dat je geen Alzheimer hoeft te hebben om dingen door elkaar te halen bewijst Edwin als hij het verhaal van Madame en Monsieur P. vertelt aan vrienden in Nederland. Uitgebreid vertelt hij over het echtpaar P. "Zij heet eigenlijk Josette, maar hij kent haar naam niet meer. Weet je hoe hij haar noemt?" Nee, dat weten de vrienden niet en ze kunnen het ook niet raden. Na een stilte waarin de spanning voelbaar is, zegt Edwin vol overtuiging: "AUBERGINE!".

Aubergine of Courgette….Monsieur P. is er niet meer. We zullen hem missen.

Jezus

We zijn in Aken om onder andere de Dom te bekijken. Eerst bekijken we een moderne kerk. Mijn petekind loopt aan mijn hand en is niet van plan de kerk te verlaten. Ze wil de hele kruisweg lopen. Bij elke afbeelding vertel ik haar wat er gebeurt. Ze is diep onder de indruk. Aan een van de muren hangt een heel groot schilderij van het Laatste Avondmaal. "Dat is Jezus met zijn apostelen", zegt ze. Als ze een tijdje heeft staan kijken vraagt ze:"Is Judas er ook bij?" Ik wijs haar waar Judas zit. Hij heeft zijn hoofd wat afgewend. "Erg hè, wat Judas heeft gedaan", zegt ze. "Waarom heeft hij dat gedaan?" Ik leg haar uit dat mensen soms dingen doen uit jaloezie of uit hebzucht. "Maar hij had er wel spijt van", constateert ze enigszins tevreden. "Waarom heeft hij zich eigenlijk opgehangen?" "Hij wilde niet meer leven omdat hij zich schaamde voor wat hij gedaan had", leg ik uit. Dat er nog meer theorieën over Judas bestaan laat ik maar even zitten. "Erg hè?", zucht ze nogmaals. Tevreden gaan we op weg naar de Dom. We bekijken de mooie oude huizen. Plotseling houdt ze halt. Ze verzet geen stap meer. Haar gezichtje vertoont grote afschuw en dan medelijden. Ze wijst. Op de hoek van de straat staat een groot beeld van Jezus aan het kruis. Het lijden is duidelijk afgebeeld. De wond in de zijde bloedt. "Wat erg", verzucht ze. "Waarom hebben ze dat gedaan?" Ik vertel het haar. "Hij hing toch al aan het kruis, waarom deden ze hem dan nog pijn?", vraagt ze . Ik weet het antwoord niet. Ik bedenk me dat dit soort praktijken eigenlijk nog steeds aan de orde van de dag zijn. Weerloze mensen worden gemarteld en gedood. Als we de open kindergeest verliezen aan angst en wantrouwen, dan gebeuren deze dingen. Als we eindelijk bij de Dom aankomen en ons door de mensenmassa hebben gewurmd wacht een nieuwe verrassing. Een van de Mariabeelden is prachtig aangekleed in een soort kanten baljurk . Op haar hoofd draagt Maria een gouden kroon. "O kijk nou", klinkt een bekend stemmetje en door de stilte lijkt het wel tien keer zo luid, "Maria met een Barbiepopjurk aan! Wat mooi! Vind jij het ook mooi?" Ja, ik vind het ook mooi. Er klinkt gelach om ons heen. We wandelen door de kerk en bekijken alle mooie versieringen en beelden. Ondanks de mooie Maria-Barbie, de prachtige bloemen en de indrukwekkende kroonluchter lijkt haar iets dwars te zitten. Een diepe frons verschijnt boven haar neus. Het lijkt alsof ze diep over iets nadenkt. "Is er iets?", vraag ik. Ze zwijgt. Ik laat haar maar even. Ze heeft zoveel indrukken opgedaan. Misschien zit haar Judas nog wel dwars of het beeld van de lijdende Christus aan het kruis. Dan besluit ze om me deelgenoot te maken van haar zorg. Door de kerk galmt:"Had Jezus eigenlijk wel een onderbroek aan?!" Alles is relatief, zelfs het grootste lijden.


Snoeien

Er valt op zo'n camping veel onderhoud te plegen. De haagjes en heggetjes, de wallen, het gras, het speeltuintje...alles vergt snoeien, knippen, maaien of scheppen. De campingbaas is hierin bijzonder ijverig. Als je denkt rustig te kunnen lezen in de tuin, komt vanuit de verte het gebrom van de maaimachine aangewaaid. Enige tijd later scheurt de machine voorbij en wordt het gras vakkundig gekortwiekt. Zit je met kopje koffie te genieten van het bladgeritsel van de bomen, loeit de electrische snoeischaar over de nietsvermoedende takjes van de meidoornhagen. En is uiteindelijk alles weer kortgewiekt en gladgeschoren dan wordt het tijd voor de bladblazer. Met militaire pas sjouwt de campingbaas over de paden en blaast de blaadjes die het gewaagd hebben zomaar op het pad te liggen zonder pardon weg. Onze ligusterhaag vertoont wat gaten onderin dus wij zien de blaadjes vrolijk onze tuin in waaien. De camping ziet er dan ook altijd uit om door een ringetje te halen. Ook de bewoners van de caravans en chalets dragen hun steentje bij aan het strakke uiterlijk. Onze haag valt een beetje uit de toon. Wij kunnen het niet over ons hart verkrijgen om genadeloos de bloempjes te onthoofden, dus ziet het geheel er een beetje rommelig uit. E. die nog nooit een electrische snoeischaar heeft vastgehouden voelde zich toch wel geroepen om er eentje aan te schaffen. Tenslotte willen wij niet met de nek aangekeken worden door onze buren. Mijn suggestie om de hagen in de vorm van een eekhoorn te knippen werd niet gevolgd. Helemaal recht lopen ze niet, maar voor een beginner heeft E. toch goed werk geleverd. Oefening baart kunst. Na 30 jaar campinglife is hij waarschijnlijk ook in staat om alles waterpas te snoeien. Als hij tenminste tegen die tijd nog op de ladder kan klimmen...

maandag 12 juli 2010

Campinglife

Ons huis wordt verbouwd. De hele benedenverdieping moet veranderd worden: uitbouw achter, openslaande deuren voor, nieuwe keuken. Wij zijn daarom tijdelijk verhuisd naar een stacaravan. Niemand had kunnen denken dat wij in een stacaravan zouden gaan zitten op een camping. Het begon als een grapje. Er stond een stacaravan te koop en ik zei dat ik die wel wilde kopen. De eigenaar ging er op in en wij onderhandelden over een prijs. Zogenaamd dan. Iedereen moest er om lachen, want wij zouden nooit en te nimmer gaan kamperen. Wel kijk ik elke week naar het programma Campinglife op tv. Het is echt Nederlandse televisie. Veel gezelligheid dus. En dat bedoel ik niet spottend. Ik vind het gewoon leuk. Nu leven wij ons eigen campinglife, want uiteindelijk was het goedkoper en zekerder om in een eigen stacaravan te zitten. Ervaringen met eerdere verbouwingen aan ons huis brachten ons tot deze beslissing. Onze badkamer zou namelijk binnen 3 weken klaar zijn, maar uiteindelijk werden dat meer dan 3 maanden. De schrik zat er dus wel goed in. Maar eerlijk is eerlijk: vanaf het begin genoten wij. Wij staan op een hele mooie plek, op een hele rustige en prettige camping. Vlakbij de zee en een natuurgebied, een bijzonder pittoresk dorpje en slechts een half uur van ons huis en werk. Hoewel in het begin de kachel nog wel vaak aan moest, vooral 's morgens, zijn wij nu gewend aan het buitenleven. Ontbijten doen we buiten, maar ook 's avonds zitten we vaak aan de tuintafel. De tuin is best groot, een grasveld dat eindigt in een wal met bomen. Daarvoor een tuintje vol bloemen. Het is een verrassing wat er elke keer uit de grond komt. Zo'n camping heeft zijn eigen dynamiek. het is de wereld in het klein. Maar daarover bericht ik de volgende keer.